LEO 180 200km 3-11-2018

“Dat was wel even een dingetje”,

omschreef mede-organisator Maarten Schön deze race door een groot deel van de Brabantse natuurgebieden in een understatement!

Deze race, officieel de LEO 180 geheten, is een race waarin je 36 uur krijgt om de volledige afstand af te leggen. Er komt echter ieder jaar 10km bij totdat niemand meer de finish haalt.

Deze derde versie lag dus op 200km, alhoewel mijn Garmin 205,6km heeft gemeten.

Samen de finish over is ongeldig, er moet een tijdsverschil zijn.

Je moet volledig zelfvoorzienend zijn wat betreft navigatie, er is niets uitgepeild.

Het aantal drankposten/checkposten zijn minimaal als extra verzwarende factor. Je racepack moet dus voldoende gevuld zijn voor langere periodes.

Hulp van buitenaf is niet toegestaan, maar je mag wel een supermarkt of bar betreden voor zover die er zijn en voor zover die open zijn.

Pas zodra je je registreert krijg je alle details doorgestuurd

Van de 11 ervaren deelnemers haalden er slechts 5 de finish. Dit geeft aan dat het parcours veel lastiger en veeleisend is dan je feitelijk zou stellen. Ondanks de prachtige natuur en stukken met absolute stilte wordt je tempo

Constant gebroken door vervelende zandheuveltjes, rul zand waar je voeten helemaal in wegzakken, klimmen over hekjes, hoog gras, over sloten en beekjes springen, uren en uren op keiharde ondergrond en die kilometers die vooral aan het einde

voorbij kruipen schreeuwende om een eind eraan te maken, want je ledematen zeiden dat al vele kilometers terug.

Een gigantische hoeveelheid mooie foto’s vind je hier op FB als je erbij kunt komen.

 

Uitspraak voor veel ultralopers: het lopen van een ultra is (grotendeels) verschrikkelijk, gefinished hebben op een ultra is een van de meest intense gevoelens die je kunt meemaken.

Voor mij zijn er echter gelukkig ook veel hele fijne momenten en ik denk dat veel collega’s beamen dat tijdens het lopen de wereld normaler lijkt dan daarbuiten.

Tegelijkertijd ben ik tijdens de wedstrijd in zulk een andere sfeer dat het effect voor mij vergelijkbaar is met 3 weken vakantie en de lol van de nasleep houdt zo’n 6 maanden aan. Dat zorgt dus ook voor een enorm rendement en je hoeft niet eens het vliegtuig te pakken.

Wel merk ik dat met de leeftijd het herstel langer duurt, dus dat plan ik ruimer in.

 

Je wordt voor deze race uitgenodigd om mee te doen, omdat er een hoge mate van zelfvoorzienendheid wordt verwacht (bijvoorbeeld geen drankpost tussen 100-150km in het langzaamste gedeelte)

en omdat er aspecten in zitten die het onmogelijk maken om er een officiële race van te maken. Dus we zijn underground! Maar je krijgt wel een DUV notering (Deutsche Ultra Verein). Je afgelegde ultra-wedstrijd kilometers

worden daar in de annalen bijgehouden. Met 12 deelnemers aan de start blijken we goed voor zo’n 41.000km aan wedstrijdkilometers!

 

Toen ik met Maarten en Marek Vis meereed naar The Great Escape, vroegen ze mij om mee te doen. In mijn eigen onbevangenheid zei ik gelijk ja na even in mijn agenda te hebben gekeken. Als ik zou zijn gaan nadenken, dan had ik waarschijnlijk nee gezegd.

Ik had namelijk geen tijd om hier specifiek voor te trainen en moest helemaal gaan op mijn verworvenheden en kijken hoe lang ik in de tijd met een correcte ChiRunning techniek kon blijven lopen. Op een gegeven moment sluipt toch de moeheid in en ga je langzaam maar zeker als de toren van Pisa hardlopen. Bovendien is 200km met 433 tot 1000 hoogtemeters (afhankelijk van welke meting je bekijkt) een biljartlaken te noemen. Je spieren worden de gehele tijd op dezelfde manier belast en dat maakt het in dit opzicht veel zwaarder dan een bergtrail waarbij je telkens afwisselt in het gebruik van diverse spiergroepen. De repetitieve beweging maakte dat ik bijvoorbeeld tegen het einde van de race ineens mijn linkerarm bijna niet meer kon buigen vanwege het langdurig vasthouden van mijn Garmin navigatie-apparaat van zo’n 100 gram. De ondergrond is vaak hard, licht aflopend opzij. Maar daarnaast gaat er een km of 20 door diep rul zand op de Drunense heide of nog vervelender, tussen de diepe militaire voertuigsporen bij Oirschot.

Doordat er bij deze race zo weinig deelnemers zijn, is de sfeer zeer gemoedelijk te noemen. Dit gaat eigenlijk ook op voor mijn eigen Helipad, waarbij verreweg de meeste deelnemers elkaar kennen.

Je komt bij veel korte hardloopwedstrijden in het voorveld de testosteron-types tegen en dat is hier geheel afwezig. Dat maakt het juist opmerkelijker dat hier alle deelnemers echt weten wat afzien betekent en over topsportkwaliteiten

beschikt. Maar er wordt nooit hoog van de toren geblazen.

Ik denk dat voor de meeste deelnemers geldt dat we de stilte in ons hoofd opzoeken. Gedurende de race is de wereld eventjes heel erg eenvoudig en bijzonder prikkel-arm: je hoeft “alleen maar” stap voor stap van A naar B te gaan, ook al duurt dat heel lang. De constante beweging zorgt ervoorn dat je eigen lichaam stofjes blijft aanmaken waardoor je je mentaal prettig voelt. Degene die de uitdrukking kent “onderweg zijn is belangrijker dan aankomen” herkent hier wel iets in. Verder kom je door prachtige gebieden en wordt er op de drankposten echt goed voor je gezorgd en er wordt een grote kameraadschap gevormd tussen de deelnemers.

Aangezien de aanpak hoe je als loper van A naar B komt heel gevarieerd is, doet vrijwel iedereen zijn eigen ding op basis van voeding en kleding. Er zaten in deze groep zelfs 2 rokers.

Mijn ding is ChiRunning, ik zie zo’n ultra als een langdurige techniektraining.

Er ligt een dunne lijn tussen finishen en niet finishen en dat moet je leren accepteren. Je kunt gewoon je dag niet hebben of je lichaam geeft aan dat het onverantwoord is om door te gaan. Of enig lichamelijk ongemak staat op het punt om over te gaan in een blessure. Maar je baalt toch bij een DNF (Did Not Finish)

In totaal waren er 13 personen voor de race ingeschreven, maar 2 lopers moesten helaas de deelname afzeggen vanwege blessures. Op vrijdag 2 November verzamelden een stuk of 7 deelnemers op de start- en overnachtingsplek, een boerderij met een los gebouwde schuur die tot appartement was omgebouwd. De andere 5 zouden tegen 4 uur de volgende ochtend verschijnen.

Met de deelname van diverse Belgen kon het meenemen van straf bier niet uitblijven. Dit keer Chimay.  Bier blijkt bij ultra’s best een wondermiddel, het is gewoon een waanzinnig goede energiedrank. Vaak slaap je de avond van tevoren slecht vanwege de nervositeit van wat je te wachten staat en dan slaap je per saldo nog een nacht minder. Maar van veel alcohol slaap je ook slecht. Ergens bij 2-3 bier houdt het voor mij op en vind ik de juiste balans om tot een relatief goede slaap te komen.

Maar tegen het eind van de avond was iedereen tipsy en in een jolige stemming. Peace and harmony!

Iedereen had inmiddels zijn racevest en dropbag voor de volgende dag al klaar liggen.

We werden door Maarten al een beetje gebriefed voor de race, maar het merendeel was voor mij onbekend terrein. Je kunt het parcours hier zien. Vanuit Goirle gaat het via de westkant door Tilburg Langs de enorme complexen van Coolblue en Tesla (ongelooflijk, door één persoon en één visonair opgezet) naar het Moerven en moet je over de nodige hekjes klimmen. Al snel kom je in de buurt van de Efteling en ga je door naar de Drunense Duinen in het rulle zand. Op 35km kun je bij de Roestelberg zelf water bijvullen. Op 55km moet je jezelf even bedienen bij de Appie in Haaren en kronkelt het pad van de prachtige Oisterwijkse Vennen via een checkpoint bij klein Oisterwijk op 66km met water en bier(!) naar Kampina zodra de nacht weer invalt (dagen van 10 uur, nachten van 14 uur). Ergens vanaf Kampina moet je op een paar zeer specifieke zaken voor deze race letten, want anders zou deze race niet door kunnen gaan. Na Kampina komt het dorpje Spoordonk, waarna het eerste grote checkpoint komt op 99km met soep hamburgers en nog meer warm spul. Je moet hier goed inslaan, want de volgende onbemande drankpost is pas na 50km en daar kom je pas aan als het weer licht is. De bar in Vessem op 134km was om 1.00 ’s nachts al dicht voor langzame ikke.  Al snel na Spoordonk komt de nerverending Oirschotse heide met overal diepe zandgeulen van de militaire voertuigen. Hier valt niets te rennen en schiet het wandelen ook niet op. Als die ellende voorbij is, dan gaat het via de Buikheide naar Vessem. Via de Netelserse heide gaat het naar de Landschotse heide richting Middelbeers en Diessen bij Hilvarenbeek en kom je op 170km bij het bekende restaurant De Bockenreyder op landgoed De Utrecht. Het laatste stuk, ja nog meer heide heet de Rovertsche heide.

 

Ik had mijn goed werkende opblaasmat en fijne nieuwe slaapzak klaargelegd in een van de 2 slaapkamertjes en sliep in die ruimte naast Tim. Ik heb die nacht eens best goed geslapen, hoewel iets te kort.

 

Om 5:00 November ging de eerste wekker af en kwamen al vrij snel de overige deelnemers binnen. Tijd om de laatste dingetjes in het racevest in te pakken en aan te kleden, de dropbag voor de 100km klaar te leggen en nog een koffie te nemen.

 

Na een korte briefing, een groepsfoto maken en netjes om 6.00 in nog een dik uur donker vertrokken.

De laatste weken had ik meestal op wat snellere tempo’s gelopen en dat maakte dat ik te hard van start ben gegaan, met een hartslag van gemiddeld tegen de 160 gedurende de eerste 5 à 6 uur. Veel te hoog en ik heb een kilometer of 50 maagklachten gehad omdat je bij een te hoge hartslag geen eten meer kunt verteren, alle bloed word van je maag onttrokken als andere organen voorang krijgen. Maar het groepstempo lag ook best hoog in het begin.

Toch liep het voor mijn gevoel goed en soepel bij aanvang, maar al bij kilometer 15 nam ik een verkeerde afslag naar de verkeerde kant van een kanaaltje en kwam ik vast te zitten tussen de metershoge braamstruiken. Via een omweggetje al klimmend over hekjes, prikkeldraad en heggen vond ik mijn weg weer terug, maar ik liep ook met volle snelheid tegen een verstopte prikkeldraad aan en werd door een prikkel geperforeerd. Niets ernstigs gelukkig en die tetanusspuit had ik al eerder gekregen dit jaar na een hondenbeet.

Ik wilde een marge nemen omdat ik geen flauw idee had wat er nog stond te wachten voordat ik de eerste cut-off time zou gaan halen, deze zou wel eens heel strak kunnen zijn voor mij. Temeer een reden om eventjes tempo te maken op stoepen en asfalt.

Tegelijkertijd staat aan het begin mijn hoofd er niet naar om met medelopers te gaan keuvelen. Ik ben dan te gespannen uit respect voor wat nog gaat komen en werk aan een rustige ademhaling en corrigeer telkens mijn houding en looptechniek bij totdat het min of meer vanzelf gaat. Ik ga zelf vaak lopers die dicht voor mij lopen automatisch imiteren, vooral wanneer ze een lagere pasfrequentie hebben. Dat maakt mijn eigen passen zwaarder.

Pas na 3 uur hardlopen kijk ik voor het eerst op mijn horloge: 26km in 3 uur met een rugzak van zeker 5 kilo, tevreden met de opgebouwde marge maar te snel en even later voel ik lichte onaangename verschijnselen van een hypoglycemie (tekort aan suikers).

Mijn T-shirt en isolerend jack zijn ook doorweekt van het zweet, dus ook het drinken en zouten in de gaten houden. Ik gooi onder meer telkens een zakje Metarelax in mijn waterzak, daar zit magnesium in en dat helpt tegen eventuele verkrampingsverschijnselen.

Ik doe een tandje terug.

Ter hoogte van Roestelberg haal ik een ochtendjogger in op een zandpad en we raken even aan de praat. Ik vul mijn water bij bij het “hondenkraantje” buiten en vergeet eigenlijk dat ik ook even lekker een koffie binnen had kunnen halen. Zo merk ik ook niet dat Barry, Mike en Dennis daar binnen zaten. Een kilometer of 5 verder halen ze mij weer in, want ik heb het even zwaar en ik krijg mijn hardlopen niet soepel aan de gang in het rulle zand. Dan maar even wandelen in de stukken waar het hardlopen niet lukt en wachten op betere tijden.

Even verder komen we bij een hogere duin waar een groep ruiters te paard omlaag komt, een prachtig gezicht. Weer even later ben ik blij om het ontvangstcomité in de vorm van Maarten en Marek tegen te komen op een kilometer of 42. Op de een of andere manier komt er altijd een opmerking of grap voorbij waarom ik hartelijk moet lachen en dat geeft een fijne afwisseling.

 

Het terrein wordt alweer beter beloopbaar en ik pak de draad weer op tot de Albert Heijn in Haaren. Ik koop een smoothie en een cola om de suikers aan te vullen. Ik drink vrijwel nooit cola, maar tijdens een ultra gaan er liters naar binnen! Ik heb ook regelmatig behoefte aan “echt” voedsel, maar op een gegeven moment krijg je een drogere keel en gaat de speekselproductie wat minder. Daardoor wordt kauwen en slikken van vooral deegproducten lastiger. Mijn zelfgemaakte wraps zijn veel te droog en ik moet er telkens een slokje water bijnemen.

Even later kom ik door de Oisterwijkse Vennen, ook een van de mooiste stukken van het parcours maar een totaal andere sfeer dan de Drunense duinen. Er zijn nog veel jonge echtparen met kind en kinderwagen aan het wandelen en de ultra-outfit valt vaak op: “Zo, bende gij aan ut survivallen?” Ja, antwoord ik, nog slechts 135km van de 200km te gaan! “Nou, dan weetegij tenmiste wagge te doen hebt dit weekend!!” Even verder komt het eerste grotere checkpoint. Arnoud, die afgelopen jaar op een vreselijk ongelukkige manier een dubbele beenbreuk heeft opgelopen tijdens een val bij de Legends trail, komt ons even bijstaan als vrijwilliger, net als collega loper Peter Swager. We worden even vertroeteld op een stoel met dekens en alles waar je om vraagt wordt voor je gedaan. Dat de voorhoede van de lopers ver voor ons ligt, deert me niet.

Tot nog toe ging gevoelsmatig de tijd makkelijk voorbij, maar met het invallen van de nacht gaat de tijd steeds langzamer kruipen. In elk geval is mijn marge ruim genoeg om Checkpoint 2 te halen, maar ik blijf toch op mijn hoede. Als de nacht is ingevallen op Kampina komt er een mist opdagen waardoor je soms hooguit 2 meter ver kunt zien. De hoofdlamp helpt dan praktisch niet, want alle licht wordt weerkaatst. Maarten belt mij en geeft mij opdracht om een stuk in te korten om organisatorische redenen. Aan de hand van zijn aanwijzingen en door even op de GPS te zoeken gaat dat prima.

Tegen 20.30 kom ik aan bij Checkpoint 2 voorbij Spoordonk. Tim is er al een tijdje, Juan die eerder is uitgevallen begeleidt mij tot aan de feesttafel. Martino zit ergens licht onderkoeld met dekens in de auto en Alexandre is er ook mee gestopt, net als Dennis die tot nog toe telkens met Barry en Mike liep vanwege last aan zijn lies. We worden helemaal in de watten gelegd met soep, koffie en voor mij een grote uitzondering: hamburgers. Ik ben al jaren vegetariër, maar bij dit soort fysiek zware inspanningen luister ik naar wat mijn lichaam mij vertelt en die schreeuwt het dan uit: ETEN die hamburger!

Ik had eigenlijk een tweede rugzak klaargemaakt, maar dat was eigenlijk niet zo slim omdat de gps tracker nog op mijn eerste rugzak zat getapet. Daarom haal ik al mijn spullen eruit en organiseer mij voor de nacht die komen gaat. Ik doe mijn doorweekte T-shirt en jasje uit en trek droge en warmere kleding aan voor de nacht. De rest van de groep die ik vanwege de afkorting had ingehaald volgt al snel en de afwisseling van afzien tijdens het lopen en vrolijkheid bij samenzijn blijft verbazingwekkend. Vrijwel iedereen neemt ook nog een bier om calorieën voor de nacht te stapelen, want de 50km die gaan komen tot de volgende drankpost worden de langzaamste van de hele race: bakken met diep zand die vaak niet vallen te rennen. Zelfs wandelen met 5km/u wordt lastig en dan kom je achter te liggen op schema.

Het begint al snel af te koelen tot aan het vriespunt en ik vertrek alleen. Maarten stelt voor om samen te gaan, maar de achterliggers gaan me toch snel inhalen denk ik.

De nacht is prachtig helder en de kleinere sterren die tussen Orion liggen en normaliter niet zichtbaar zijn, zijn nu wèl duidelijk zichtbaar.

Vrij kort na het verlaten van het Checkpoint kruis ik de opbouw van een verlate Halloween party bij een bosje en vijver. Ongeveer een kilometer lang staat er elke 20 meter een fakkel en af en toe hangen er verlichte ballonnen. Apart sfeertje. Een van de organisatoren vraagt wat wij hier aan het doen zijn, maar mijn antwoord dringt niet tot hem door. Later blijkt Barry hetzelfde gesprek met dezelfde man te hebben gehad. Zal wel aan Halloween liggen. Mijn pad buigt af van de fakkelroute, maar een stukje verder staat er een verlichte maar nog onbemande poppenkast. Ik kijk of ik zelf iemand aan het schrikken krijg, maar er is nog niemand.

Om mij heen een paar kilometer verder heerst totale stilte, een uitzondering in Nederland. Maar inderdaad haalt Barry mij niet veel later in en trekt Mike bij, maar dit keer blijven we samen. Iedereen heeft een moment van een slaapdip, je ziet mekaar gewoon waggelen af en toe. Maar als je blijft wandelen dan koel je te veel af, dus moet je blijven rennen. Als je weer te lang of te hard gaat rennen dan ga je zweten en koel je potentieel ook weer teveel af. Om niet in slaap te vallen ga je maar weer een stuk rennen. Dit cirkeltje gaat zo uren door. Maar op dit punt is het erg fijn om elkaar mentaal te ondersteunen.

Mike zag ik 2 jaar geleden voor het eerst als deelnemer op het Helipad, een ultra die ik zelf organiseer. Hij stopte toen op 100km en ik haalde hem op maar constateerde dat hij er helemaal niet doorheen was. Toch stopte hij. Ik ben oprecht blij dat hij een hoop heeft bijgeleerd en prima als hij sneller loopt.

Toch waren we niet altijd geheel samen. Mijn jack was net iets te warm voor constant door te lopen en ik wilde niet midden in de nacht volledig bezweet raken, want als ik ergens bezweet zou moeten stoppen dan ligt onderkoeling op de loer.

Barry had het even zwaar en sukkelde regelmatig in slaap maar ging gewoon door en Mike lag nog een stuk verder achter. Aangezien hij sneller liep dan ik, nam ik een kleine voorsprong door te gaan hardlopen terwijl hij wandelde. Maar op een gegeven moment was ik hem helemaal kwijt. We hadden vanuit de wedstrijdleiding het telefoonnummer van alle deelnemers gekregen, dus ik nam mijn rugzak af en stopte om Barry te pakken te krijgen om te kijken of hij ok was. Uiteindelijk was hij een stukje misgelopen. Een tijdje later haalden ze mij weer in.

Een stuk voor het militaire oefenterrein op de Oirschotse heide bleven we weer samen om door de diepe groeven van de militaire banden in het rulle zand te wandelen. Er zijn nu ook geen vaste wandelpaden of wegen, je moet enkel op richting oriënteren. We kwamen in het pikkedonker bij een militaire patrouille waar we voor waren gewaarschuwd, maar die gelukkig niet moeilijk doen. “Halt, wie daar?” Roept een stem. “Je moeder” wilt Barry terugroepen. Maar ik besluit voor het zekere toch maar te zeggen: “We zijn verdwaald en zo weer weg”. “OK”, roept de stem. Nou ja, als die soldaat zo relaxed is dan hadden we ook “je moeder” kunnen roepen. Even later trekt Mike ook weer bij en hij leest de GPS veel preciezer dan waartoe ik op dit moment toe in staat ben. Fijn om er een extra paar ogen bij te hebben.

We komen langs het hek van de kazerne bij Oirschot. Hier ben ik 34 jaar geleden voor het laatst geweest als dienstplichtige en ik ervaar het nog steeds zo dat hier 10 maanden van mijn leven verplicht zijn weggegooid. Gemengde gevoelens dus.

Het militaire oefenterrein duurt gevoelsmatig weken en de benen beginnen ook zwaarder te worden. Barry herinnert mij eraan dat wij een dikke 100km achter de rug hebben.

We komen tegen 1.00 ’s nachts aan in Vessem, maar de aanwezige bar is natuurlijk al lang dicht. Dat wordt dus doorkachelen.

Ergens na Vessem krijgt Barry weer een slaapdip en Mike gaat ook langzamer. Ik besluit wederom het hardlopen op te pakken. Ze herhalen vaker dat ze er geen punt van maken als ik derde zou worden. Maar ik weet dat ze uiteindelijk beter zijn in doorlopen en bovendien ga ik waarschijnlijk nog een tijdaanpassing krijgen vanwege het stukje dat ik moest overslaan. Dus in het beste geval blijf ik zo dichtbij mogelijk ten opzichte van mijn voorliggers.

Zo blijf ik de volgende uren ongeveer een kilometer vooruitlopen, maar het duurt gevoelsmatig eindeloos voordat het weer licht wordt. Ik begin mijn passen te tellen en wissel deze af met een iets hoger getal aan gerende passen. Zo vind ik mijn eigen afwisseling op mijn eigen spiergebruik en ga ik toch niet alles wandelen. De hele tijd doorrennen begint nu namelijk echt problematisch te worden. De voorvoeten beginnen pijn te doen, ik voel twee teennagels die alweer blauw gaan worden, de linker achillespees doet wat moeilijk, beide heupen beginnen tegen te stribbelen en de rug vraagt ook om eventjes te gaan liggen. De hakken omhoog krijgen wordt ook steeds lastiger. Ik stop af en toe om de zaak wat op te rekken en los te gooien. Dit is het punt waarop training er waarschijnlijk voor gezorgd had dat deze moeheid pas later was ingetreden.

Eindelijk zonsopgang! En een prachtige. Open lucht en schijnende zon over bevroren weiden. Inmiddels hebben we ook echt mooie stukken en prachtige landgoederen, boerderijen en natuurgebieden gezien.

Maar al snel gaan alle sloten langs de grote Beerze waar we langskomen enorm op elkaar lijken, waardoor ik soms serieus ga twijfelen of ik in een “time loop” ben beland op hetzelfde stuk en blijf regelmatig mijn GPS checken op mogelijke navigatiefouten.

Gelukkig staan op 150km bij de Landschotse heide Maarten en Marek weer klaar met cola water, chips en ik probeer met water nog twee worstenbroodjes naar binnen te werken om de stoomtrein op gang te houden.

Al vrij snel trekken Barry en Mike bij, maar zij besluiten om een wat langere pauze te nemen en ik vertrek een stuk eerder, teneinde een ruime pauze te kunnen nemen bij de Bockenreyder op 170km.

Ik kom voorbij de prachtige natuurbegaafplaats De Utrecht.

Wandelen…hardlopen….wandelen…hardlopen. Blijf tempo maken want met alleen wandelen ga je het niet halen. Barry haalt mij weer iets voor de Bockenreyder in en we besluiten wel om samen te gaan lunchen in dit gigantische touristische complex. Mike volgt al snel.

Ik bestel in één keer een uitsmijter ham/kaas, een tomatensoep, een koffie en een cappuccino. Barry en Mike doen daar niet aan onder en de hele tafel staat vol met eten.

We vertrekken samen verder voor de laatste 30km. Barry en Mike doen het rustig aan voor het laatste stuk. Maar al snel ontvang ik een appje van Marek dat ik mijn cut-off tijd een half uur eerder is vanwege het overgeslagen stuk. Als ik kan hardlopen dan is dat geen probleem, maar ik weet niet zeker of dat gaat lukken.

Zenuwachtig geworden ga ik met mijn volle maag weer hardlopend aan de bak, omdat ik genoeg marge wil hebben dat ik het laatste uur mezelf kan permitteren om te wandelen. Dat blijkt nog niet zo makkelijk, want mijn benen stribbelen tegen en op landgoed De Utrecht en de Rovertsche heide zijn er talloze zandstukjes en kleine vervelende heuveltjes waar motorcrossers juist van houden. Ik negeer ze en ren zo’n 2 uur stug door om mijn marge uit te bouwen, maar Barry en Mike zijn ook weer tot leven gekomen en lopen harder dan voorheen mij voorbij, maar ze zeggen me dat ik het zeker ook ga halen.

Ik kom langs een prachtig gebouw uit de jaren 20-30 dat lijkt op een woonhuis met hoge toren als kerk en een stukje verder ren ik rondom de indrukwekkende fusilladeplaats Roover en Gorp. Helaas geen tijd om alles aandachtig te bekijken.

In het gehucht Gorp krijg ik het nog met een boer aan de stok. Doordat ik vergeten was om in- of uit te zoomen heb ik een navigatiefout gemaakt en ben ik zijn erf opgelopen. Het verbodsbordje had ik niet gezien en hij is ziedend en begint over een boete van €104,- als hij de politie belt en dat ik echt wel in staat moet zijn om dat bordje te lezen. Ik vertel hem dat het mij spijt en dat ik gelijk weg ga. Hij blijft doordrammen over bordjes lezen en mijn uitleg dat ik net 190km heb gelopen dringt niet tot hem door. Ik zie hem in staat om fysiek te lijf te gaan. De afkorting die ik wilde nemen gaat tot overmaat van ramp weer door een bramenstruik en een greppel (ik kan niet meer springen) en ik moet weer terug. Hij blijft me naschreeuwen, maar het deert me niet.

De laatste kilometers gaan gevoelsmatig terug naar een kruipstand. Voorbij het drooggevallen Bankven waar we dwars over de modderkorsten gaan, moet ik mij nog klimmend en bukken tussen een struikgewas doorwurmen, maar ik stap alsnog met mijn voeten volledig in het water. Gelukkig niet erg meer.

 

Op de laatste kilometer over asfalt terug naar de startplek zie ik eindelijk een aantal personen op de finishlijn staan. Ik weet me weer op te pakken en zet het de laatste 700m op een lopen tot aan de finish, scheef lopend. Sweet victory! Maar wat een race!

De meeste deelnemers waren inmiddels al vertrokken, maar met de overblijvers en nog alle aanwezige finishers hadden we het gelukkig nog heel gezellig. Er stond nog een hoop eten en een lasagne voor me klaar.

 

Helemaal leeg kan ik nog een paar foto’s laten schieten, maar binnen kan ik alleen nog op de bank liggen. Ik bel nog even mijn moeder om haar gerust te stellen dat ik ben aangekomen (ze kwam net uit het ziekenhuis). Maar ik begin ergens te raaskallen over een kartelmes van de moeheid en het gebrek aan slaap. Terugrijden nu op de motor is onverantwoord. Ik neem een douche en ga vrij snel mijn bed in om de volgende ochtend terug te rijden. Toen heb ik de Zombie foto genomen.

Ik heb in lange tijd niet zulke spierpijn gekend, maar gelukkig vielen de opgezwollen benen erna mee dit keer. Ik heb gelijk knelsokken aangedaan om een oedeem in de benen te voorkomen.

 

Terug thuis ga ik naar Leef! Maastricht en neem een sessie in een floating tank, vol met magnesium. Deze tank heeft verreweg in één keer het grootste deel van de spierpijn verwijderd!

 

Donderdag na de finish kon ik weer gewoon een stukje gaan hardlopen.

Marek en Maarten, alle collega lopers, alle vrijwilligers en echtgenoten en echtgenotes die onze uit de hand gelopen liefhebberij dulden, enorm bedankt!!

Wedstrijdverslagen hierover van collega’s:

Barry

Dennis

Legendstracking

Tim

Mark

 

 

Comments are closed.